Mensen worden misleid over orgaandonatie; Geen enkele orgaandonor is dood!

 

Onze compassie met mensen die ernstig ziek zijn en graag een ander orgaan wensen, heeft als bijwerking dat onze compassie met de orgaandonor veelal afwezig is. Door gebrek aan juiste informatie zijn we gaan denken dat een orgaandonor dood is.

Aangezien het huidige wetenschappelijke paradigma is verenigd tot wat waarneembaar en verklaarbaar is, blijven de immateriële aspecten van orgaandonatie in de reguliere media doorgaans buiten beeld.

Ger Lodewick kreeg rond 1996 in de gaten dat hij slecht op de hoogte was van wat orgaandonatie precies inhoudt. Hij besefte dat de overheid en verschillende organisaties essentiële informatie achterhouden. In zijn boek Wat je over orgaandonatie zou moeten weten trekt Lodewick van leer tegen medisch specialisten.

“Hoewel een zogenaamde post-mortale donor doodverklaard wordt, is geen enkele donor dood,” zegt hij. “Hij of zij wordt gedood op de operatietafel. ‘Hersendood’ is als term een verzinsel om organen uit levende mensen te halen en zo orgaandonatie mogelijk te maken. Uit een echt stoffelijk overschot haal je dode organen en die kun je niet meer transplanteren. De overheid heeft de plicht volledige openheid van zaken te geven en geen propaganda te maken. Een donor is een stervend mens dat geen stervensproces wordt gegund.”

Ook medisch specialisten hebben zo hun twijfels over orgaandonatie. Enkele jaren geleden weigerde de Britse hartspecialist dr. David Evans nog langer mee te werken aan harttransplantaties. Andere specialisten volgden zijn voorbeeld. In Nederland zijn inmiddels operatieassistenten die niet meer aan donoroperaties willen meewerken.

De specialisten stelden op basis van hun ervaring dat een hersendood verklaarde donor niet dood is. De Braziliaanse neuroloog dr. Cicero Coimbra bracht bijvoorbeeld hersendood verklaarde patiënten weer bij bewustzijn.

Renate Greinert (71) verloor haar 15-jarige zoon zo’n 30 jaar geleden na een verkeersongeval. Of was de orgaanuitname na het ongeluk verantwoordelijk voor de dood van de jongen? Jaren later ontdekte Greinert dat haar zoon tijdens de chirurgische ingreep niet hersendood was.

“Als orgaandonatie een blijk van naastenliefde is, waarom wordt diezelfde naastenliefde de stervende donor dan ontzegd?” vraagt ze zich af in haar boek Ongestoord sterven. Greinert beschuldigt de transplantatiegeneeskunde ervan de donor tot een recycleobject te reduceren. Ze gaat zelfs nog een stapje verder: orgaanuitname is volgens haar een vorm van kannibalisme.

Advertisements